Technische begrippenlijst

Hieronder vindt u enkele technische begrippen die vaak voorkomen.

Staat uw begrip er niet tussen? Neem dan contact op.

Afstand

De afstand tussen het hart van het krukgat (het handvat) en het hart van het sleutelgat.

 

Bijzetslot

Een slot dat wordt geplaatst in aanvulling op bestaande sloten of sluitingen. Dit slot is verkrijgbaar als opleg- en insteekslot.

Dagschoot

Dit is het deel van het slot dat met de deurkruk, een draaiknop of een sleutel bewogen kan worden. Meestal is het afgeschuind en verend, zodat de deur in het slot kan vallen.

Dievenklauw

Een dikke metalen stift die samen met een metalen buis wordt gemonteerd in de scharnierzijde van deur en post. Hierdoor is het uitnemen van de deur na het verwijderen van de scharnierpennen niet mogelijk.

Cilinders

Dat deel van het slot waar men de sleutel insteekt. Er zijn diverse soorten en maten. Gebruiksvriendelijk zijn de cilinders die in een woning met dezelfde sleutel kunnen worden bediend. Er zijn cilinders voor binnendeuren en veiligheidscilinders voor buitendeuren

Doorklimbeveiliging

Een traliewerk of barrièrestang die inklimmen door ramen en lichtkoepels verhindert.

Doornmaat

De afstand tussen het sleutelgat en de voorzijde van de voorplaat.

Draairichtingen

De draairichting van een deur is de kant waar de deur naar toe slaat als die open gaat. Praktijktip: ga overdwars in de deuropening staan met je rug naar de kant van de scharnieren. Opent de deur naar je rechterhand, dan is hij rechtsdraaiend. Opent de deur naar links dan is hij linksdraaiend.

Espagnolet

Sluitoplossing door middel van een staaf voor dubbele deuren of ramen.

Gevarenfunctie

Zelfs wanneer er aan de binnenkant een sleutel in de cilinder zit kan hij van buitenaf geopend worden.

Insteekslot

Slot dat aan de sluitzijde in de deur wordt gemonteerd. Er zijn insteeksloten als hoofdslot en als bijzetslot.

Keersleutel

Een keersleutel is een speciale sleutel met omkeerfunctie voor extra bedieningsgemak.

Kerntrekbeveiliging

Voorziening ingebouwd in veiligheidsbeslag of veiligheidscilinder die ervoor zorgt dat de cilinder niet met speciaal gereedschap uit elkaar kan worden getrokken.

Kierstandhouder

Hendel met een beugel die ervoor kan zorgen dat de voordeur maar op een kier kan worden geopend. Dit voorkomt binnendringen. Ook toepasbaar voor ventilatieramen.

Meerpuntsluiting

Slot waarbij men met één handeling twee of meer sluitpunten kan openen of sluiten.

Nachtschoot

Het met de sleutel beweegbare gedeelte (schoot) van het slot dat in de sluitkom/sluitkast valt

Oplegslot

Het met de sleutel beweegbare gedeelte (schoot) van het slot dat in sluitkom/sluitkast valt, dit kan blokschoot of een haakschoot zijn.

Raamboom

Een beweegbare handgreep waarmee het raam geopend en gesloten wordt. Dit Kan vergrendeld worden met een sleutel of een drukknop.

Scharnierzijde

De kant van de deur waar de scharnieren zitten.

Sluitkast

Dat deel van het oplegslot dat op het kozijn is bevestigd en waar de nachtschoot van het slot invalt.

Sluitkom

Metalen kom in het kozijn waar de dag- en nachtschoot in valt of haakt.

Sluitzijde

De kant van de deur of het raam waar het slot zit.

Steekmaat

De afstand tussen het hart van het krukgat (het handvat) en het hart van het sleutelgat.

Veiligheidsbeslag

Veiligheidsbeslag bestaat uit massieve schilden met deurkrukken of een greep voor de voordeur. Het beschermt het slot en de cilinder tegen inbraakpogingen en biedt extra inbraakbeveiliging aan de deur.

Aftastbeveiliging

Voorkomt manipuleren van cilinder. Speciale voorziening in de cilinder zorgt ervoor dat deze blokkeert wanneer hij met speciaal gereedschap van buitenaf gemanipuleerd wordt.

Boorbelemmering

Gehard stalen stiften maken doorboren van cilinders moeilijk. 

Anti-slagpickvoorziening

Speciale constructie in de cilinder zorgt ervoor dat deze niet te openen is door ‘slagsleutel methode’.