Helft Nederlanders heeft verweermiddel in huis

Blijkt uit onderzoek in opdracht van stichting NIPW

Van de Nederlanders die in de afgelopen vijf jaar slachtoffer werden van een inbraak of inbraakpoging vindt 80% dat de gevolgen ervan worden onderschat door hun omgeving.

De inbraak of poging daartoe vond bij 40% plaats terwijl men thuis was en heeft een flinke impact op het veiligheidsgevoel in huis, dit daalt van een 7,9 vóór naar een 6,7 ná de inbraak(poging). Bijna de helft van de ondervraagden (46%) heeft een ‘verweermiddel’ in huis speciaal bedoeld voor het geval zij een inbreker tegen het lijf lopen. Dit zijn enkele resultaten uit een onderzoek dat is gedaan onder 1100 Nederlanders die in de afgelopen vijf jaar een inbraak of inbraakpoging hebben meegemaakt. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de stichting Nationale Inbraakpreventie Weken (NIPW).

Volgens Coen Staal, voorzitter van de stichting NIPW, is de impact al groot als je afwezig was tijdens de inbraak en je woning bij thuiskomst compleet overhoop aantrof. Nog véél groter zijn de gevolgen wanneer je op het moment van inbraak wél thuis was. Staal: “Uit ons onderzoek blijkt dat bijna 40% van de mensen die in de afgelopen vijf jaar een inbraak of poging daartoe meemaakten, thuis was tijdens de inbraak. Van de respondenten bevond 70% zich op dat moment in de slaapkamer. Je moet er toch niet aan denken…”

Pas in actie komen wanneer het leed al is geschied
 Een vijfde van de inbraakslachtoffers geeft aan dat ramen en deuren tijdens de inbraak dicht waren, maar niet vergrendeld of op slot. Bij 10% stonden één of meerdere ramen open en bij 5% één of meerdere deuren. De schrik zit er na een inbraak goed in, zo blijkt uit het onderzoek. Bijna 90% van de respondenten heeft direct na de inbraak of poging daartoe maatregelen getroffen.“Helaas komen mensen vaak pas in actie als het leed is geschied. Daarom vinden wij het zo belangrijk dat men zich bewust is van de preventieve maatregelen die je zelf kunt nemen om het inbrekers zo moeilijk mogelijk te maken. Daarop richt onze campagne zich. We adviseren mensen eens wat vaker door de ogen van een inbreker naar hun eigen huis te kijken”, aldus Staal. Ruim een derde van de ondervraagden achtte de kans groot dat een inbreker zijn of haar huis binnen enkele minuten kan binnenkomen. Bijna de helft (46%) geeft aan dat zij hun huis, als ze geweten hadden hoe groot de impact van een inbraak of inbraakpoging is, veel eerder (extra) beveiligd zouden hebben.

Wel een veiliger huis, geen veiliger gevoel
 In het onderzoek werd mensen gevraagd hoe goed hun huis beveiligd bleek te zijn direct ná de inbraak, hiervoor gaven zij het cijfer 6,5. Zoals het huis nú is beveiligd, waarderen zij het een stuk hoger: gemiddeld een 7,7. Opmerkelijk hierbij is echter dat men zich hierdoor niet veiliger is gaan voelen. Voor de inbraak of inbraakpoging, gaf men het veiligheidsgevoel in huis gemiddeld een 7,9. Nadat deze heeft plaatsgevonden is dit flink gedaald: naar een 6,7. Een beter beveiligd huis is dus na een inbraak of inbraakpoging geen garantie voor een veiliger gevoel! Volgens Staal is dit vooral te wijten aan de emotionele gevolgen die mensen na een inbraak of poging daartoe ervaren.

60-plusser laat zich niet bang maken
 Waar vrouwen zich voor de inbraak of inbraakpoging iets veiliger in huis voelden dan mannen, voelen zij zich erna juist minder veilig dan mannen; vrouwen geven hun veiligheidsgevoel in huis na de inbraak(poging) een 6,4 tegenover mannen een 6,9. De leeftijdsgroepen 40-49 jaar en 60+ voelden zich voor de inbraak of poging daartoe relatief het veiligst in huis: een 8,2. Blijkbaar laten ouderen zich niet zo snel bang maken; na de inbraak of inbraakpoging geven ze hun veiligheidsgevoel nog steeds een 7,2.

Helft van de Nederlanders heeft ‘verweermiddel’ in huis
 Nederlanders houden er rekening mee dat zij slachtoffer kunnen worden van een inbraak. Bijna de helft van de ondervraagden (46%) heeft een ‘middel ter verweer’ in huis speciaal bedoeld voor het geval zij een inbreker tegen het lijf lopen. Een kwart van de ondervraagden heeft een (honkbal)knuppel of iets anders waarmee je een klap kunt uitdelen. Van de ondervraagden heeft 14% een speciaal mes in huis en 8% is in het bezit van pepperspray. “Hoewel het logisch is dat mensen zich willen verdedigen, raden we af de inbreker zelf te lijf te gaan. De kans is groot dat dit alleen maar meer geweld teweeg brengt. Beter is het de telefoon altijd binnen handbereik te hebben en snel 112 te bellen.” Mannen hebben vaker dan vrouwen een verweermiddel in huis, 53% van de mannen versus 37% van de vrouwen. De leeftijdsgroep jonger dan 30 jaar heeft gemiddeld het meest frequent een mes ter verdediging in huis, 21% ten opzichte van het landelijke gemiddelde van 14%.

Over de stichting Nationale Inbraakpreventie Weken
 Stichting NIPW heeft het onderzoek laten doen in het kader van de voorjaarscampagne van de Nationale Inbraakpreventie Weken waarvoor minister Van der Steur vandaag, 28 april, het startsein gaf. De stichting is een publiek private samenwerking met als doel woningbezitters meer bewust te maken van het belang van inbraakpreventie. De stichting wil bijdragen aan het verlagen van het aantal inbraken en inbraakpogingen, nu op 71.000 per jaar, naar 65.000 in 2017. De stichting voert tweemaal per jaar campagne, in het voor- en in het najaar. De eerste campagneweek in 2015 loopt van 28 april tot en met 31 mei, de tweede van 2 tot en met 30 november. In de stichting zijn verschillende partijen vertegenwoordigd waaronder het ministerie van Veiligheid en Justitie, het Verbond van Verzekeraars en een aantal bedrijven gespecialiseerd in inbraakpreventie. Eerder al ondertekenden alle deelnemers een zogenaamde Safety Deal met het Verbond van Verzekeraars waarin zij beloven zich hard te maken voor diverse maatregelen en initiatieven die inbraakpreventie bevorderen.

 

Terug naar nieuwsoverzicht >